 |
Tante Jen Eén
van de opzienbarendste mensen uit Showroom was Tante Jen.
Een vrouw die op haar 86ste nog met haar handkar in weer
en wind langs de huizen trok om oud papier en oude kleren
op te halen die zij elke vrijdagmorgen op de Amersfoortse
markt weer aan de man trachtte te brengen. Niet om het
geld, maar om in contact te blijven met andere mensen.
Om haar te jennen vroeg ik of een
bejaardenhuis iets voor haar zou zijn. Ik verwachtte dat
ze vuur zou spugen, maar nee
'Ik zou d'r net zo goed weer tegen kunnen, hoor. Ik
maakte maar lol. O, ik ken een man die is er pas naar toe
gegaan. D'r zijn niet veel mannen daar, hè, meer vrouwen.
Toen zeg ik tegen hem: Barneveld, hoe vind je het? Hij
zegt: meid, ik amuseer me! Ik heb nog nooit zoveel wijven
om m'n nek gehad. Ik heb het nog nooit zo goed gehad.
Meid, je moet 't ook doen. Je zal zien, het bevalt best.
Nou, dat geloof ik ook wel, hoor, maar je wordt zo lui
als de moor, denk ik. Ja, als je daar de hele dag moet
zitten
Dat heb ik wel gemerkt in het ziekenhuis.
Daar heb ik zeven weken in gelegen.'
Werd u daar niet chagrijnig van?
'Nee. Ik vond het fijn. Ik huilde toen ik weg ging. En de
hele zaal huilde met me mee. Ik maakte altijd lol. We
deden niks anders dan lachen, D'r was daar ook een
vrouwtje die lag de hele dag maar zo stilletjes, hè.
Toen denk ik: ik ga eens naar dat mens toe. En ik heb d'r
een beetje opgebeurd. Dokter van Loon is toen nog naar me
toe gekomen en die heeft me bedankt dat ik dat vrouwtje
helemaal uit de narigheid heb geholpen. Eigenaardig, hè.'
Waarom bent u altijd zo vrolijk dan?
'Dat weet ik niet.'
Heeft u zo'n fijn leven gehad?
'Welnee, een rot leven.'
Hoe kan het dan dat u zo vrolijk bent gebleven?
'Dat weet ik niet. Dat schijnt een geheim te zijn, van
binnen. Mijn enige wens is: ik zou graag geen ziekbed
willen hebben. Ineens dood wil ik. Ze zeggen weleens: O,
jij gaat wel dood achter je karretje.'
Dan is het afgelopen. Gelooft u dat er daarna nog iets is?
'Nee, ik wou dat ik gelovig was. Ik bid er weleens om,
dat ik een beetje gelovig mag wezen.'
Maar u bent het niet?
'Nee, erg hè, het komt er niet in ook'
U heeft er vroeger wel van gehoord?
'Mens, ik ken de hele bijbel. Ik ken al die versjes ook.
Ik heb op zondagschool gegaan. Het Onze Vader ken ik. En
Here, zegen deze spijs en drank amen. Bij het ontbijt, hè.
En voor het naar bed gaan: Ik leg mij hier te ruste neer.
Bewaar mij toch, mijn God en Heer. En mocht in deze nacht
mijn sterfuur slaan, o, laat mij toch tot Jezus gaan.'
Zo heeft u het geleerd, maar het zegt u eigenlijk niets?
'Nee, ik heb ook een neef die een halve dominee is!'
Een halve dominee?
'Ja, die is er voor gezakt
Dat uitgestreken gezicht
heeft-ie altijd nog, dat witte
'
|