De Gebroeders Bijmholt

Feitze is de prater en Hendrik is de zwijger. Twee broers. Ze leefden vanaf hun geboorte in dezelfde boerderij in Oranje een gehucht bij Hijken in de provincie Drenthe. De tijd was heel lang stil blijven staan.

Feitze praatte ook met dieren:
" We gingen een keer naar Friesland. Daar wilden we werk hebben bij de boeren. Daar waren bij de boerderijen allemaal bordjes met -Wacht u voor de hond-. Ik liep voorop en deed gewoon de hekken los en die honden deden me nooit wat. Dan gebruikte ik even de dierentaal. Alle mensen moeten dit maar van me aannemen: willen ze contact hebben met de dieren, dan moeten ze hun stem veranderen. Dan moeten ze met een hoge stem spreken: Ja, beste lieve jongen! Met een hoge stem. Dan voelt zo'n dier, dat is een kameraadske van ons. En ze deden niks. Er is geen hond die wat doet. Wij houden van alles wat leeft."

Op de vraag of hij dan ook van vliegen hield antwoordde Feike:
" Ja, dat is ook eigenaardig, dat is haast niet te geloven. Wij hebben 's zomers tien vliegen. Tien. Die mogen er van ons ook in huis wezen. We slaan er ook nooit één dood. Want kijk, als je er een dood slaat, dan komen de familieleden op de begrafenis, die komen op de reuk af en dan heb je meteen veel meer vliegen."

De filosofische Feitze heeft zijn gedachten in een schoolschrift opgeschreven. Daar is ook een klein boekje van uitgegeven. "De Nieuwe Dag in Gouden Glans".
"Er staat ook in mijn schrift dat wij honderd procent moeten leven. Dat is positief, positief. Goeiemorgen buurman. 't Is vandaag een beetje beter dan gisteren hè. Kijk dat is positief. Geen leugen, geen bedrog, dat is positief. Nooit met de kop op de grond. Kijk maar als het barre winter is, die arme vogels, ze hadden bijna niets te eten. En toch gingen ze jubelend aan de arbeid. Laten we daar een voorbeeld aan nemen. Wij behoren ook jubelend aan de dag te beginnen. Zingend ook. Zodra een mens van bed komt, lalalalala... Al is het geen lied, als die damp er maar uit gaat. Ja, zegt er een, maar ik kan helemaal niet zingen. Geeft niks. Dan kom je maar zo; huphophuhuhop... Het gaat maar om die damp die de machine vergaart heeft. Zo gauw die eruit is, zie je alles weer heel mooier. Die damp moet eruit, want de mens is een machine. Een minuut of drie zingen is genoeg. (...) Het mooiste lied dat ooit gezongen is, zal opklinken over velden en wegen, uit huizen en over de daken. Het langverbeide lied in jubel. Vrede op de ganse aarde en in alle mensen een welbehagen, wereldvrede. Dan is er -De Nieuwe Dag in Gouden Glans-.

terug naar het begin